blog 4 Stephen Westra

Bachs Broden
Toen ik laatst een alt/mezzo met een pak Nutricia-chocomel over straat zag lopen, zette mij dat aan het denken. Het was in Graft-De Rijp, een dorpje ergens in de Zaanstreek dat bestaat uit een dijk, wat brede boerderijen parallel daaraan, een gereformeerd kerkje en verder een heleboel niets. In het kerkje had ik haar zojuist zien optreden.
De culturele commissie van Graft-De Rijp staat zich vast niet voor op de vorstelijke honoraria die zij uitdeelt wanneer er eens in de drie maanden iemand optreedt. Vandaar mijn zorgen omtrent de chocomel in combinatie met de zangeres. Was die liter stevig donker vocht haar loon?
Ik zou er niet eens zó van opkijken. Musici, als ze niet aan de top staan, krijgen vaak een honger- of beter gezegd dorstloontje. De spreekwoordelijke fles wijn, veel complimenten en of ze nog eens terugkomen. Betaling in natura, ach, het scheelt ook weer een tochtje naar de supermarkt.
Veel is het niet, maar aan de andere kant: het is ook niet makkelijk te bepalen wat je voor kunst moet neertellen. Nemen we een lukraak meesterwerk, de Vijfde van Beethoven. Ik schat het, zoals bijvoorbeeld De aardappeleters van Van Gogh, op iets tussen de 1 en de 80.000.000 euro. Dan is ruilhandel veiliger. Dan weet je wat je hebt: één pak chocomel in de hand is beter dan zeg 10.000 euro in de lucht.
Vroeger, toen de economie nog wat minder ingewikkeld was, was beloning in natura heel gewoon. Volgens mij leverde Haydn zijn talloze symfonieën, opera’s, baritontrio’s enzovoort  tegen kost en inwoning. Hij werkte voor de puisant rijke familie Esterházy en woonde bij hen in op hun schitterende paleis, dus met spijs, drank en onderdak was hij niet slecht af ook. Ik zou het er tenminste wel voor doen.
Of Bach. Kreeg een bescheiden salaris dat echter flink werd aangevuld met ‘brandhout, aanmaakhout en brood’ zoals zijn contract vermeldde. Ook best redelijk. Lastig hoogstens om ‘m een gouden handdruk te geven (de trotse Bach ‘wisselde’ nogal eens van werkgever). Een scheidend bankdirecteur nu geef je een miljoen: maar wat moest Bach met 500.000 broden? Hij had acht kinderen te voeden, maar dan nog.
Hoe het ook zij: om mijn zangeres in Graft-de Rijp hoef ik mij niet te bekommeren. Ik zie haar schrijlings op een houten hek gezeten, in het zonnetje, na gedane arbeid met volle teugen haar chocomel genieten.