blog 5 Stephen Westra
Beethovens bonen
Ludwig Beethoven was kerngezond. Daar kwam ik onlangs achter. En ik keek ervan op want Beethoven was toch doof, wat je voor een componist niet bepaald gezond kunt noemen. En had veel last van zijn ingewanden, van darmen, maag en lever. Hij leed aan jicht. En Beethoven stierf betrekkelijk jong, hij was pas 56 jaar, aan longontsteking .
Dan was er nog iets wat me lang aan zijn gezondheid deed twijfelen. Als kind las ik een boek over Beethoven uit de prachtige serie De Groten van alle Tijden. Daarin werd ergens verteld hoe Beethoven de dag begon. Hij goot een enorme hoeveelheid ijskoud water over zich heen als douche waarbij de vloer regelmatig onderliep, waarop de ritus van de koffie volgde: hij maakte die klaar in een kan en telde er altijd precies zestig koffiebonen voor af. De grote man, het genie, elke ochtend braaf die zestig stomme boontjes tellend: hij werd opeens heel klein voor mij. Een beetje zielig. En later dacht ik: Beethoven was gewoon neurotisch.
Maar wat ik nou altijd dwangmatig vond en zonde van de energie van zo’n ongelooflijk mens, is eigenlijk een kracht. In een artikel in de NRC las ik laatst hoe de beroemde 19eeeuwse ontdekkingsreiziger Stanley zich elke ochtend stond te scheren. Of de gevaren van de jungle in de Kongo op hem loerden, de muggen staken, zijn kameraden in het kamp crepeerden – Henry Morton Stanley begon de dag steevast met een scheerbeurt. Waarom? Wat deed het ertoe hoe hij er bijliep? Het was een kwestie van discipline. Van respect voor zichzelf. ‘Dit soort routine houdt een mens op de been. Orde en netheid maken het hoofd leeg voor andere zaken. […] Wilskracht en doorzettingsvermogen ontstaan niet uit heroïsche inspanningen maar uit ordelijkheid en routine. Wilskrachtige mensen lijken vooral superieur in het automatiseren van hun eigen gedrag ten behoeve van hun doel,’ aldus het artikel, een recensie van een boek met de veelzeggende titel Willpower: Rediscovering the Greatest Human Strenght.
Beethoven begon de dag met zichzelf te temmen. Door netjes zestig koffiebonen af te tellen. En dat was wel nodig ook want hij had een moeilijk leven, was bovendien een enorme driftkop vol emotionele extremen: ‘Helaas is hij een volkomen onbeheerst persoon,’ schreef Goethe na een ontmoeting. En juist Beethoven, hij die in zo’n emotionele chaos leefde, kwam tot bovenmenselijk geordende prestaties. Zijn sonates en symfonieën zijn één en al wilskracht en onwrikbaarheid zoals je dat in weinig andere muziekstukken tegenkomt. Beethoven was de wil zelf. Bent je jezelf even kwijt, draai dan de Waldsteinsonate en alles staat weer recht.
Iemand die zichzelf weet te genezen, noem ik kerngezond. Al doet hij dat dan door koffiebonen te tellen.