blog 2 Stephen Westra

1000

Nu ik het programmablad van het concert van Emanuel Ax (zondag 23 oktober in het Muziekgebouw) weer ter hand neem om het straks netjes in een mapje op te bergen, valt mijn oog weer op dat geheimzinnige D achter de werken van Schubert, vergezeld van een nummer. D845, D935 in dit geval. Het ziet er uit als een enge code op een formulier van de belastingdienst voor beginners, maar ik weet eigenlijk best dat het meevalt. D staat voor Deutsch: Otto Erich Deutsch was een musicoloog die een catalogus samenstelde van Schuberts werken.

Het is ook niet persé de D maar het nummer erachter wat me opvalt. D935 zou betekenen dat we hier met werk 935 te maken hebben. En dan kijk ik naar de jaartallen van Schubert en zie dat hij welgeteld de 31 haalde. De man heeft doorgewerkt.

Ach ja, duizend werken (zoveel telde Deutsch er). Je laat zo’n getal snel langs je heen gaan. Maar onlangs keek ik naar aanleiding van de nieuwe cd van de broertjes Jussen nietsvermoedend in de Grove muziekencyclopedie of Schubert naast zijn beroemde Fantasie voor piano 4-handig nog meer voor die combinatie had geschreven. En toen werd ik toch echt even stil. Dat 1000 werken werd concreet voor mij. Want ook op een gebied dat er zo’n beetje bijhangt, piano 4-handig, leverde meneer even achteloos 40 composities. Sonates, ouvertures, ‘Lebensstürme’, reeksen, dansen en nog heel wat meer fantasieën dan die ene prachtige die we kennen.

Schubert schreef zijn eerste compositie op zijn veertiende. Hij is dus maar 17 jaar componist geweest. Ik denk dat hij vooral componist is geweest, en nauwelijks nog mens. Het noteren alleen al. Als je nu begint met al zijn composities alleen maar over te schrijven (er zit ook nog een stapeltje opera’s en Singspiele bij) dan vraag ik me af of je het in 17 jaar redt. En dan componeer je ze nog niet eens. Men zegt soms dat Shakespeare niet al zijn toneelstukken zelf geschreven kan hebben – zo veel wijsheid in één mens, we kunnen er niet bij. Maar bij Schubert lijkt het me alleen fysiek al haast onmogelijk wat hij presteerde. Misschien schreef hij met twee handen tegelijk. Dat scheelt alweer.

Of hij leefde dus nauwelijks. Eten, slapen, vrienden zien, feesten, naar de maan turen, de golfjes van de Donau horen kabbelen, iets afspreken met een meisje – Schubertbiografieën melden heus dat hij dat óók deed, maar het moet allemaal verrekte snel en kort zijn geweest. Toch wist hij wat het leven was. In zijn liederen (600 stuks) komt elk gevoel voorbij. Hij wist, hij leefde, maar deed dat onmiddellijk in zijn muziek. Zoals bij een doorsnee mens zijn ervaringen ergens in zijn geest en lichaam terechtkomen en we zoeken naar gebeurtenissen om ons leven te vullen, zo moet elk windvlaagje, elk woord, elk verdriet en elk kopje koffie bij hem direct in muziek zijn omgezet en had hij verrekte weinig leven nodig om in 17 jaar tot 1000 schitterende composities te komen.

Stephen Westra