Gustav Mahler

1860 - 1911   |   Oostenrijks   |   18 werken

Gustav Mahler werd op 7 juli 1860 geboren in Kaliště, Oostenrijk. Zijn vader Bernard Mahler was eigenaar van een café en brouwer, moeder Maria Hermann was de dochter van een zeepfabrikant. Al met vijf jaar kreeg Gustav zijn eerste pianolessen en amper vijf jaar later speelde hij al in een theater in Iglau.


Het Weens Conservatorium was maar wat blij toen de vijftienjarige Mahler kwam studeren. Hij studeerde piano, harmonie, contrapunt en compositie, samen met zijn medestudenten Hugo Wolf en Hans Rott. Al in zijn studententijd schreef hij verscheidene symfonieën en kamermuziekwerken, maar deze heeft hij snel weer weggegooid. De eerste échte compositie maakte hij in 1876, het eerste deel van het Pianokwartet in a klein. Het was een succes; hij won er zelfs een prijs mee.


Na zijn eindexamen in 1877 laat hij het Conservatorium achter zich en vervolgt hij zijn studie aan de Universiteit van Wenen. Daar volgde hij onder meer harmonielessen van Anton Bruckner, maar leerde ook over de vroeg-Germaanse literatuur, filosofie en Griekse én Nederlandse kunstgeschiedenis.


Zijn eerste positie als dirigent verwierf Mahler in de zomer van 1880. Hij dirigeerde operettes aan het theater van Bad Hall. Ondertussen voltooide hij zijn eerste grote werk, Das klagende Lied. Hiermee probeerde hij de prestigieuze Beethovenprijs te winnen, maar zonder succes.


Hierna richtte Mahler zich steeds meer op het dirigeren. In 1891 werd hij Kapellmeister van het Stadt-Theater in Hamburg. In 1897 bekeerde hij zich vanwege het groeiende antisemitisme – hij komt uit een Duits-Joodse familie – tot het katholicisme, waarna hij artistiek directeur werd van de Weense Hofoper. Deze functie moest hij – wederom vanwege het antisemitisme – weer neerleggen.


Mahler was snel weer aan de bak. Ditmaal als chef-dirigent van de Metropolitan Opera in New York. Zijn vrije tijd vulde hij op met componeren. De Eerste Symfonie werd niet positief ontvangen, maar het werd pas echt rampzalig toen hij zijn Totenfeier liet horen aan dirigent en componist Hans von Bülow, die demonstratief zijn oren dicht hield.


Pas vier jaar na de slecht ontvangen Eerste Symfonie wist Mahler succes te boeken, ditmaal met zijn Derde Symfonie. Willem Mengelberg, toen chef-dirigent van het Concertgebouworkest, nodigde Mahler daarom uit om zijn symfonieën te dirigeren in Amsterdam. Twee jaar op rij liet Mahler zijn symfonieën horen in Amsterdam, waar zijn werk als componist voor het eerst echt op waarde werd geschat.


Het zelfvertrouwen van Gustav groeide zichtbaar. Zijn symfonieën werden grootser en spectaculairder. Bijvoorbeeld met de hamerslagen in de Zesde Symfonie en het (haast onmogelijke) 850-koppige koor dat nodig is voor zijn Achtste. Ondanks dat zijn werk niet altijd goed werd ontvangen, behoort het inmiddels tot het standaardrepertoire van de meeste symfonieorkesten. Vooral het Adagietto uit zijn Vijfde Symfonie is een veelgehoord succesnummer.


Mahler ontmoette zijn vrouw, Alma Schindler, tijdens een diner in 1901. Hij nodigde haar uit om de Hofoper te bezoeken. Twee maanden later kondigden zij hun verloving aan. Al na vier maanden waren ze in de echt verbonden. De achttien jaar jongere Alma droomde ervan een opera te schrijven, maar – zo vond Mahler – er was geen plaats voor twee componisten in een huwelijk. Alma hing daarmee haar ambities aan de wilgen.


Toch had Alma er geen vrede mee dat Gustav haar verbood om haar dromen na te leven. Zeker toen één van hun twee dochters overleed aan difterie, vertoonde de relatie scheuren. Het huwelijk strandde toen Gustav een brief ontving van een jonge architect, Walter Gropius. De brief was echter duidelijk bedoeld voor Alma, die een geheime affaire onderhield met de architect. De affaire hield stand, maar Mahler kon het maar moeilijk accepteren. Hij reisde af naar Leiden om Sigmund Freud te bezoeken, waar de beroemde psychoanalyticus constateerde dat hij een sterke moederbinding had.


In een poging om het huwelijk te redden hielp Mahler zijn vrouw alsnog met het publiceren van haar composities. Hij werd echter ziek. Wat een onschuldige griep leek, bleek een ernstige steptokokkeninfectie. Hij bezocht verschillende klinieken, maar tevergeefs. Op 18 mei 1911 overleed Gustav Mahler. Hij werd begraven naast zijn dochter Maria Anne, op een kerkhof net buiten Wenen.
 

Bekende werken

  • Vijfde Symfonie
  • Das Lied von der Erde
  • Achtste Symfonie
  • Negende Symfonie
  • Kindertotenlieder



     

Gerelateerde concerten

Cookies
We gebruiken cookies om uw bezoek aan deze website zo plezierig mogelijk te maken. We onthouden bijvoorbeeld uw persoonlijke instellingen. Ook gebruiken we Google Analytics om inzage te krijgen in de gebruiksvriendelijkheid van de website en deze vervolgens te kunnen verbeteren.
Meer informatie