Muzikale ontmoeting in het donker

“Op een vrijdag in de kroeg, ergens in... Parijs.” Componist Franz Liszt had plaats genomen achter de piano en – ondanks dat hij inmiddels zelf een breed repertoire van eigen werk had opgebouwd – speelde daar de welbekende Nocturne van Chopin. Zoals dat wel vaker ging, nam Liszt de vrijheid om het arrangement wat aan te kleden met wat muzikale ‘tierelantijntjes’. Een groot deel van het publiek kon het waarderen, maar één man keek nors en hoofdschuddend toe. Hij vond het zó verschrikkelijk, dat hij zich op een gegeven moment tot de pianist wendde: “Ik smeek je, mijn vriend. Speel de muziek zoals het geschreven staat, of speel het helemaal niet.”

Lees meer: Biografie Franz Liszt

Liszt stopte abrupt met spelen. “Doe het dan maar zelf”, was zijn reactie. Hij was duidelijk geïrriteerd door de reactie van de man, die achter de piano ging zitten. Door een windvlaag doofde een kaars. De kroeg was nu pikdonker. Toen een van de aanwezigen de kaars weer wilde aansteken, sprak de man: “Laat de lichten maar gedoofd, ik heb aan de maan genoeg.”

En zo was het. De man liet zijn vingers bijna een uur lang over het klavier dansen. Eenmaal klaar met de improvisatie was iedereen in tranen, zo ontroerend mooi was het. Liszt liep naar hem toe en gaf hem een omhelzing. “Je hebt gelijk. Met jouw noten moet niemand knoeien. Je bent een ware dichter, Chopin.”

Vijf dagen later in dezelfde Parijse kroeg. Opnieuw waren Liszt en Chopin aanwezig. Liszt vroeg aan Chopin om iets te spelen voor het publiek, mede omdat het de vorige keer zo prachtig was. De lichten werden weer gedoofd, de gordijnen werden dicht getrokken. Geen straaltje maanlicht kreeg de kans om naar binnen te glippen. Eenmaal donker vulde de ruimte zich met de pianomuziek. Het was dezelfde improvisatie als die Chopin vijf dagen eerder had gespeeld. Opnieuw droomde het publiek weg, precies zoals de allereerste keer dat zij dit hoorde.

Het muziekstuk kwam ten einde. Een luid applaus volgde, waarop de pianist een lucifer ontbrandde en de kaarsen op de vleugel aanstak. Tot grote verbazing van het publiek zat niet Chopin daar, maar Liszt. “Wat vond je ervan?”, vroeg hij aan Chopin.
Diens reactie? “Hetzelfde als alle anderen. Ook ik dacht dat het Chopin was.”

Cookies
We gebruiken cookies om uw bezoek aan deze website zo plezierig mogelijk te maken. We onthouden bijvoorbeeld uw persoonlijke instellingen. Ook gebruiken we Google Analytics om inzage te krijgen in de gebruiksvriendelijkheid van de website en deze vervolgens te kunnen verbeteren.
Meer informatie